A Tekstgrootte verkleinen. A Tekstgrootte herstellen. A Tekstgrootte vergroten.

DE (ONT)SPANNINGSINDUSTRIE

D

 

Met de druk op de knop waarmee ik de tv uitschakel is ook het verhaal waarnaar ik zojuist gekeken heb, uit mijn hoofd verdwenen. Het was spannend, dat wel. Maar ik stel vast dat ik geen enkele behoefte voel om de volgende aflevering te zien, die ongetwijfeld ook weer spannend zal zijn, vol suspense, intimidaties, achtervolgingen en narrow escapes. Hoe komt het dan dat ik er toch af en toe naar kijk?

De enige verhalen die echt populair zijn, zijn spannende verhalen: thrillers, actiefilms, politieseries et cetera. Waarom zoeken we die spanning op? Wat is er zo attractief aan?Dezelfde vraag zou je kunnen stellen bij sport, tegenwoordig ongetwijfeld de populairste vorm van ontspanning. Winnen of verliezen, erop of eronder – dat is de kwestie. Dat maakt het kijken naar een wedstrijd even spannend als het kijken naar een actiefilm.

Het enige verschil is dat bij sport de uitslag niet van tevoren vaststaat, terwijl dat bij de meeste detectives, thrillers en actiefilms eigenlijk wel het geval is: je weet vrijwel zeker dat de held in die verhalen het niet alleen zal overleven, maar ook zal triomferen. De misdaad zal worden oplost, de dader gepakt, de slachting overleefd, de missie volbracht. Toch is dat kennelijk geen reden om af te haken. Elk nieuw avontuur slaagt er opnieuw in die spanning op te bouwen. En daar is het om te doen.

De meeste spannende verhalen vergeet je snel. Ze laten zelden sporen na in je herinnering. Hoe komt het dat ze zo vergeetbaar zijn? Is dat misschien omdat het invullingen zijn van maar al te bekende schema’s? De good guys tegen de bad guys, het bestrijden van de misdaad, het redden van de wereld: in de spannende fictie is het altijd duidelijk waar het om gaat – de tegenstellingen zijn helder en de wereld waarin het verhaal zich afspeelt is herkenbaar. Wat dat betreft is er geen verschil met de sportbeleving: ook in de sport liggen alle spelregels vast en gebeurt dus eigenlijk nooit iets nieuws. En toch is elke wedstrijd anders. Sport ‘gaat nergens over’ – de spanning van de wedstrijd is spanning ter ontspanning. En hetzelfde geldt voor spannende fictie. Die spanning werkt verslavend: die wil je elke keer opnieuw beleven.

Is dat dan de reden waarom spanning zo attractief is? Omdat we die adrenalinestoot nodig hebben? Omdat het je de sensatie geeft intenser te leven?

Een darwinistische verklaring voor de grote rol die sport in de moderne cultuur speelt zou kunnen zijn dat sport de formalisering is van de survival of the fittest in de vorm van een spel: het gaat allemaal om winnen of verliezen, het is ‘erop of eronder’. Dat spreekt ons diepste overlevingsinstinct aan: je moet winnen om te overleven. Wie verliest is uitgeschakeld (dood). Iedere wedstrijd is een gevecht om te overleven, en vergt daarom een uiterste krachtsinspanning.

Godzijdank leven we niet meer in een wereld waarin ons overleven dagelijks bevochten moet worden. Dat is prettig en comfortabel, maar het leven is daardoor ook nogal voorspelbaar en routineus geworden: we hebben energie over. Die overtollige ernergie (van vooral jonge mensen) moet dus op een andere manier worden afgevoerd. Een van die manieren is sport. (Een andere, ongereguleerde, is relschoppen, knokken; of dansen op muziek, bij voorkeur zo machinaal mogelijk.) Sport is tenslotte niets anders dan het creëren van een kunstmatige spanning, in de vorm van een wedstrijd.

De spanning die een verhaal opwekt is van een andere aard, maar ook die wordt opgewekt door onzekere situaties, door gevaar, door de mogelijkheid dat er iets misgaat en dat de hoofdpersoon het niet redt. En het doel van spannende verhalen is die spanning op te voeren tot vlak voor het einde, als de boef gepakt, de moordenaar ontmaskerd, of de strijd gewonnen wordt.

Waarom werkt dat zo ontspannend? Omdat je pas een zucht van verlichting kunt slaken als je eerst in spanning hebt gezeten: ontspanning is de beloning voor doorstane spanning (of geleverde inspanning). En hier doet zich een belangrijk verschil voor met de sportbeleving, want daar is die beloning allesbehalve zeker: je kunt verliezen – en dat is niet bevredigend. Fysiek kun je na een verloren wedstrijd wel ontspannen, maar de nederlaag blijft teleurstellend. Bij verhalen kan die teleurstelling voorkomen worden door ervoor te zorgen dat het goed afloopt. Dan werkt het mechanisme van oplopende spanning, gevolgd door een ontknoping die ontspanning teweeg brengt, feilloos. Vooral wanneer het verder ‘nergens over gaat’, dat wil zeggen: wanneer er niets wordt opgerakeld dat je raakt of aan het denken zet. Dan staat er niets op het spel. Omdat het zelf een spel is, waarin we onszelf en onze sores even kunnen vergeten.

**

Dat is een belangrijke functie van zulke verhalen: het zijn vergeetmachines waarin we onszelf even kunnen vergeten doordat onze aandacht gefocust wordt op fictieve personages en gebeurtenissen. Dat gaat het makkelijkst als ze spannend zijn. En ontspannend werken ze als die spanning ook wordt opgelost zonder een spoor na te laten. Als het verhaal, kortom, even snel en gemakkelijk vergeten kan worden als we onszelf vergaten toen we erin doken. Zulke verhalen voorzien in een behoefte en ze worden dan ook en masse geproduceerd. Je kunt je erin specialiseren, want het schrijven van zulke verhalen is tot op zekere hoogte ook een techniek die je kunt leren. Georges Simenon en Agathie Christie waren meesters in dat genre, en zo zijn er intussen honderden andere auteurs, die met grote regelmaat perfecte thrillers afleveren.

Maar hoe belangrijk die ontspannende, verstrooiende functie van het verhaal ook is, het is niet de enige. En vermoedelijk ook niet de oudste of de belangrijkste. Het is zelfs de vraag of deze functie van verhalen niet een omkering of zelfs een pervertering is van de oorspronkelijke functie van het medium verhaal.

Wanneer verhalen worden bedacht met als enige doel het creëren van een spanning die eerst zo hoog mogelijk wordt opgevoerd, om tenslotte op een bevredigende manier te worden opgelost, dan fungeren ze in feite als een soort drug. Een genotmiddel dat, zodra het is uitgewerkt, zelf van geen enkel belang meer is. Maar verhalen zijn millennia lang juist gebruikt om dingen te onthouden. Om belangrijke gebeurtenissen of mythen uit het verleden van de ene generatie op de volgende over te dragen. Verhalen functioneerden op die manier niet alleen als collectieve herinnering, maar ook als een belangrijk sociaal bindmiddel: het gemeenschappelijk geheugen van de stam of het volk. Zo hebben de Ilias en de Odyssee de identiteit van het Griekse volk vorm gegeven, en de verhalen uit het Oude Testament de joodse identiteit. En ook nu nog worden talloze verhalen opgetekend om de herinnering aan bepaalde gebeurtenissen te bewaren. Het bekendste recente voorbeeld daarvan is de uitgebreide kampliteratuur die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan.

Maar het verhaal, als vorm, kan dus kennelijk ook een tegengesteld doel dienen: niet om iets te onthouden, maar juist om iets anders (jezelf en je eigen situatie) te vergeten. De enige voorwaarde waaraan het dan hoeft te voldoen is dat het de aandacht afleidt. De beste en makkelijkste manier om dat te bereiken is: spanning creëren.

**

Wat is spanning precies, en hoe roep je die op? In het dagelijks leven kan spanning iets heel onaangenaams zijn. Dan heet het stress. Bijvoorbeeld wanneer je je moet bewijzen, bij een examen of een sollicatie. Of wanneer je in een heel onzekere, of zelfs bedreigende situatie verkeert: een ruzie, een vechtpartij, of in afwachting van de uitslag van een onderzoek die een levensbedreigende ziekte aan het licht zou kunnen brengen.

Maar spanning maakt je ook alert, en als er geen belangrijke dingen op het spel staan, kan die spanning ook prettig zijn. Als we het over verhalen hebben, dan ervaar je als lezer of kijker een plaatsvervangende spanning. Je weet dat jou niets kan gebeuren, en dus kun je ervan genieten.

Die spanning kan allerlei vormen aannemen. Maar ze heeft altijd te maken met iets willen weten. Wie mensen wil boeien met een verhaal, moet er dus in de eerste plaats voor zorgen dat ze nieuwsgierig worden. Dus iets willen weten. (Wat is dat voor iemand? Waarom doet ie dat? Wat heeft ze te verbergen? Wat is er gebeurd? Wat zal er gebeuren? Etcetera.)

De eenvoudigste manier om dat te bereiken is meteen met iets dramatisch te beginnen. Iets ergs. Een moord bijvoorbeeld. Dat roept onmiddellijk vragen op: wat is er gebeurd? Hoe kon dat gebeuren? Wie heeft het gedaan? Dat is de methode van detective- en misdaadverhalen. Maar het kan natuurlijk ook anders, bijvoorbeeld door het beschrijven van een conflict of een verliefdheid – situaties die de vraag oproepen: hoe zal dat aflopen? Zal ze haar zin krijgen? Zal hij zijn doel bereiken? Krijgen ze elkaar? Of: zullen ze het overleven?

Zolang deze vragen de lezer of kijker blijven bezighouden, zullen ze doorlezen of blijven kijken. Want ze willen weten hoe het afloopt. En zolang ze dat nog niet weten, blijft die spanning bestaan. Dat is dus een spanning tussen niet-weten en weten. Het verhaal is de belofte dat je het te weten zult komen. Die spanning kan alleen worden opgelost door het verhaal uit te lezen (of te kijken). Dan is de belofte ingelost, het niet-weten is veranderd in weten. De vraag die dan rest is: hoe bevredigend is dat weten?

Wanneer het alleen gaat om de spanning, zoals in thrillers of detectiveverhalen, is de kans groot dat mèt het weten van de afloop het hele verhaal zijn belang – of zijn betekenis – onmiddellijk verliest. Wat je te weten bent gekomen, is nutteloze kennis: van geen enkel belang. Het heeft je niets nieuws geleerd, geen vragen of nieuwe gedachten opgeroepen. Het was slechts de willekeurige invulling van een bekend schema. Het verhaal heeft zijn functie vervuld, het was spannend, en we hebben ervan genoten. Het heeft ons, zolang het duurde, onszelf doen vergeten, en nu kan het zelf vergeten worden. Het is verbruikt. Op. Zo functioneren de meeste spannende verhalen: als een gebruiksartikel.

**

Er zijn ook verhalen die zich niet zo makkelijk laten vergeten. Verhalen die in je herinnering blijven hangen omdat ze op de een of andere manier indruk gemaakt hebben. Omdat je geraakt bent door een personage, of omdat je blijft nadenken over het waarom van de afloop, of omdat het je ogen geopend heeft voor situaties of problemen waarover je nooit eerder, of nooit zó had nagedacht. In dat geval ben je iets te weten gekomen dat je niet onmiddellijk vergeet, omdat het iets voor je betekent. Iets waarover je blijft nadenken. Dat kunnen ook spannende verhalen zijn, maar dan ging het blijkbaar toch niet alleen om de spanning. Dan had het je blijkbaar iets te zeggen wat je nog niet wist. Iets dat niet alleen in het verhaal van belang was, maar ook buiten het verhaal, voor jezelf, in je eigen leven.

In zo’n verhaal vervult ze blijkbaar een andere functie. In zo’n verhaal is de spanning geen doel in zichzelf, geen drug, maar een gevolg van intense betrokkenheid bij het verhaal, dat boeit omdat er iets op het spel staat. En als het uit is, weet je niet alleen ‘hoe het afloopt’, maar nóg iets, namelijk dat het daarmee niet is afgelopen. Je houdt er iets aan over: een herinnering, een paar sterke beelden, een nieuw inzicht of een paar vragen.

Dit soort verhalen leent zich minder goed voor serieproductie, omdat ze een inhoud hebben die niet vanzelfsprekend is. Ze roepen niet een wereld op die bekend verondersteld wordt (misdaad, politie, de good guys tegen de bad guys, etc.), maar maken gebruik van het bekende om iets onbekends te onderzoeken. (Bijvoorbeeld psychische spanningen die te maken hebben met de relaties tussen de personages. Of spanningen die ontstaan doordat er iets verzwegen wordt.)

Dat is veel minder eenvoudig. Het veronderstelt een persoonlijke inzet van de auteur, een bijzondere invalshoek, een avontuurlijke geest. In zulke gevallen mag je aannemen dat de auteur zelf iets te weten wil komen, en is het willen-weten dus niet het lijntje waaraan de lezer wordt meegevoerd door een auteur die zelf al weet waar het heen gaat. Hij weet het zelf ook niet. En dan ontstaat de spanning uit zijn eigen willen-weten. Dat is het soort spanning waarvan literaire teksten het moeten hebben – een intellectueel geladen spanning die uitnodigt tot nadenken.

De ter verstrooiing geproduceerde spanning, die systematisch wordt opgewekt en gebruikt om het willen-weten van de lezer/kijker te exploiteren, ontbeert die intellectuele prikkel, omdat ze de grenzen van het bekende niet overschrijdt: ze dient slechts om de kijker/lezer nieuwsgierig te maken naar het vervolg, zoals de cliffhangers in soapseries. Dat proces kan eindeloos worden herhaald. Zo wordt de kijker of lezer in feite gereduceerd tot consument. Een klant die je zo lang mogelijk aan het lijntje moet zien te houden.

Dat bedoelde ik toen ik de vraag opwierp of die spanning-om-de-spanning niet een pervertering van het verhaal als medium betekent. Het medium diende immers traditioneel toch in de eerste plaats de overdracht van iets dat het waard geacht werd overgedragen en onthouden te worden. Maar als het er alleen maar om gaat de lezer of kijker te ontspannen door hem spanning te bieden – anders gezegd: wanneer de betekenis ondergeschikt wordt gemaakt aan de functie: ontspanning door spanning – wordt dan het middel niet tot doel gemaakt? Voor dat soort verhalen gaat de evolutionistische theorie van Boyd over fictie op: het is een spel van patroonherkenning, om de (sociale) intelligentie te scherpen.  Maar het lijkt me ook typerend voor de technologische cultuur waarin we leven, die alleen maar functioneel wil zijn, en alle inhoud derhalve tot functionele vorm reduceert. Het verhaal functioneert in deze cultuur als louter entertainment. Waar het over gaat doet er niet toe (de wereld wordt bekend verondersteld) zolang het maar spannend is.

**

Daar is op zichzelf natuurlijk niets tegen; amusement is een onmisbaar ingrediënt van het leven. Bedenkelijk wordt het wel als diezelfde tendens zichtbaar is in de manier waarop we worden voorgelicht over wat er werkelijk aan de hand is. In de nieuwsverhalen zoals ze gebracht worden in de massamedia. Als ook die bij voorkeur sensationeel of spannend moeten zijn, dan worden misdaad en gruwel (rampen, aanslagen, de dreiging van aanslagen en terrorisme) favoriete onderwerpen. En als het nieuws niet sensationeel is, dan moet het toch minstens entertainend zijn: een term als ‘infotainment’ verraadt dat het trekken en vasthouden van de aandacht belangrijker geacht wordt dan het geven van informatie.

Als nieuws amusement wordt, hoe serieus valt het dan nog te nemen? Nieuws dat alleen maar spannend of verstrooiend wil zijn (zoals RTL Boulevard), onderscheidt zich niet meer van ontspanningslectuur: het veronderstelt de wereld als bekend, en is niet meer dan de dagelijks variërende invulling van de vertrouwde schema’s. Volkomen inwisselbaar en vergeetbaar. Het dient dan ook niet meer om te informeren, maar om aandacht te trekken ten behoeve van adverteerders die iets te verkopen hebben.

Het creëren van spanning is een vak geworden met vele toepassingen: niet alleen in verhalen, maar ook in de sport en in de journalistiek (of wat daarvoor doorgaat) en in de politiek. Spanning-ter-ontspanning, maar ook spanning om onze aandacht te mobiliseren, om ons bang te maken en daar politieke munt uit te slaan (zoals populisten proberen). Een machtig middel kortom, in handen van volksmenners en slimme zakenlieden om ons te manipuleren: het uitbaten van angst en ongenoegen of sensatiezucht is een industrie die met ijskoud cynisme bedreven wordt door mensen die uitsluitend geïnteresseerd zijn in het effect dat ze met verhalen kunnen bereiken. Hun verhalen zijn de teugels en de sporen waarmee zij het beest van de massa proberen te berijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Over de auteur

Piet Meeuse