A Tekstgrootte verkleinen. A Tekstgrootte herstellen. A Tekstgrootte vergroten.

Gekaapt 9

G

19

Op de ochtend na het ‘interview’, terwijl op het achterdek de vijf ongelukkigen hun laatste blik wierpen op de kalashnikovs en begrepen dat het voor hen afgelopen was, zagen Olaf en Brenda, Huub, Tineke en Sylvia elkaar terug aan hun tafel in de eetzaal. Geen van allen hadden ze goed geslapen, maar ze brandden van nieuwsgierigheid om van Sylvia te horen wat er de avond tevoren gebeurd was.
Bleek, met gedempte stem, deed ze verslag. Ze vertelde dat het interview een farce was geweest, dat Aboe Hassan haar een heel verhaal had gedicteerd, ‘zoals te verwachten was’. Maar het belangrijkste nieuws, zei ze, was dat Scott waarschijnlijk nog leefde, dat ze dat had opgemaakt uit de woorden van Aboe Hassan dat hij ‘gestraft’ zou worden. Meer had ze niet uit hem kunnen krijgen.
Ze beantwoordde al hun vragen zo goed als ze kon, maar het kostte haar zichtbaar moeite.
‘Ik ben nauwelijks iets wijzer geworden,’ zei ze, ‘Hij gaf me geen kans om een normaal gesprek te voeren. Pas op het laatst, toen we klaar waren met zijn verhaal, kreeg ik de kans om een paar vragen te stellen. Ik vroeg of hij kinderen had…’
‘En?’ vroeg Tineke.
‘Ja, hij had er drie, zei hij. Maar toen ik daar op door wilde gaan, kapte hij het gesprek af en stuurde me weg.’
‘En hij viel je niet lastig?’ wilde Brenda weten.
‘Nee. Hij bleef eigenlijk heel correct.’
‘Maar wat is je indruk van de man?’ vroeg Huub. ‘Is ie nerveus, of zelfverzekerd?’
‘Volgens mij is hij wel nerveus, maar hij speelt dat ie alles onder controle heeft. Het was bespottelijk: hij schilderde zichzelf af als een held… en hij stak een hele filosofie af over de werkelijkheid die niet bestond, of zoiets, en dat je er een verhaal van moest maken dat de mensen aanspreekt. Hij schijnt trouwens in Londen gestudeerd te hebben.’
‘O ja?’ vroeg Olaf terwijl hij zijn eitje onthoofdde. ‘Wat voor studie?’
‘Hij noemde wel drie studies. Misschien was dat opschepperij. Chemie, en geschiedenis en literatuurwetenschap, geloof ik. Maar ik kreeg de indruk dat ie niks had afgemaakt.’
‘En over de onderhandelingen heb je niks gehoord?’
Sylvia schudde haar hoofd.
‘Nee. Hij vergeleek de kaping met de aanslag op de Twin Towers, en suggereerde dat hij het schip zou opblazen of zoiets. Maar dat was misschien alleen om me bang te maken.’
‘Waren er meer mensen bij jullie gesprek aanwezig?’
‘Alleen twee bewakers, die bij de toegangsdeur stonden.’
‘Met hoeveel man zouden ze eigenlijk zijn?’ vroeg Huub zich af. Hij nam een slok van zijn sinaasappelsap, veegde zijn mond af met een servet en vervolgde:
‘Tien? Twintig? Veertig? We hebben geen idee.’
‘Zeker meer dan tien,’ zei Tineke. ‘Hier staan er al vier, en om alle hutten in de gaten te houden hebben ze er wel meer dan twintig nodig, denk ik.’
Sylvia probeerde wat van de toast te eten, maar ze had helemaal geen trek.
‘Die Rus hadden ze wel snel in de gaten,’ zei Huub. ‘Dat betekent dat de bewaking goed georganiseerd is.’
‘Om het hele schip te controleren heb je al gauw veertig man nodig, denk ik,’ zei Olaf.
‘Ach, wat maakt het ook uit?’ zuchtte Huub ‘We kunnen het niet uitzoeken, en ook al zouden we erachter komen dat ze maar met tien man zijn – die tien zijn wel bewapend en beter georganiseerd dan wij .’
‘Maar hoe lang gaat dit nog duren?’
Brenda’s vraag klonk vertwijfeld, al wist ze ook wel dat niemand daar een antwoord op geven kon. Ze verbrijzelde de lege eierschaal op haar bord.
‘Ik word knettergek in die hut….’
‘Misschien,’ zei Huub, ‘moeten we blij zijn dat we die privacy nog hebben, en dat de air-conditioning het nog doet. De meeste mensen die gegijzeld worden, zitten in heel wat benauwder omstandigheden.’
‘Dat is waar,’ viel Olaf hem bij. ‘En we krijgen tenminste nog goed te eten.’
‘Welja!’ sneerde Tineke, ‘Wat willen we eigenlijk nog meer?! Moeten we die moordenaars nog dankbaar zijn ook?’
Olaf keek haar verschrikt aan; Sylvia richtte zich tot Brenda:
‘Kom anders een paar uurtjes bij mij,’ zei ze. ‘Tot het avondeten.’
‘Zouden ze dat goedvinden?’
‘Toen Scott met mij meeging, heeft er geen haan naar gekraaid.’
Brenda keek naar Olaf. Die gaf met een handgebaar aan dat ze het zelf mocht beslissen.
‘Goed,’ zei ze. ‘Ik doe het.’
‘En dan mag ik misschien Huub uitnodigen?’ vroeg Olaf.
Hij keek Huub vragend aan.
‘O nee!’ kwam Tineke er meteen tussen. ‘Dan zit ik daar alleen!’
Huub hief zijn handen op en maakte een grimas.
‘Je hoort het, Olaf. Ik ben onmisbaar. Weet je wat: vraag Tineke!’
Hier had Olaf niet op gerekend. In verwarring keek hij eerst naar Brenda, die ook verrast werd door deze suggestie en alleen haar wenkbrauwen optrok. Maar hij herstelde zich snel en wendde zich tot Tineke:
‘Voel je daar wat voor Tineke?’
Nu was het haar beurt om verrast te zijn.
‘God, wat is dit opeens? Het lijkt wel boompje-verwisselen…’
Maar na een paar seconden zei ze giechelend: ‘Nou ja, waarom ook niet? Zo leren we elkaar in elk geval wat beter kennen.’
Huub zag het allemaal grijnzend aan.
‘Heel goed,’ zei hij. ‘Laten we tussen de maaltijden een beetje wisselen van gezelschap. En afspreken dat er elke dag iemand anders alleen zit.’
Gniffelend ging iedereen akkoord.

20

Sylvia opende de deur van haar hut en liet Brenda voorgaan. Die keek gespannen om en pas toen Sylvia de deur achter zich sloot, haalde ze diep adem.
Met een hartgrondig ‘Pffffff…’ keek ze Sylvia aan.
‘O god, wat vond ik dat eng!’
Sylvia lachte.
‘Ach, het kan ze geen bal schelen, joh, wie er met wie naar binnen gaat.’
Nu pas ontspande Brenda en keek nieuwsgierig om zich heen. Ze constateerde dat de indeling anders was dan die in hun eigen hut.
‘Sorry voor de rommel,’ zei Sylvia, die snel wat kleren van de stoelen plukte. ‘Ik had vanmorgen nog geen idee dat ik je hier zou uitnodigen…’
Ze opende de hangkast, hing een jurkje op, wierp de rest op een plank en sloot de deur. Daarna trok ze de lakens van haar onopgemaakte bed recht en wendde zich om naar Brenda, die nog wat onwennig om zich heen stond te kijken.
‘Ga zitten, maak het je gemakkelijk.’
‘Jee,’ zei Brenda. ‘Wat gek om nu opeens hier te zitten…’
‘O, wacht,’ zei Sylvia.
Ze liep naar het salontafeltje en viste een tasje achter een stapel boeken vandaan.
‘Ik vergeet het steeds, maar heb je je tasje niet gemist?’
‘O, wat goed!’ riep Brenda verrast. ‘Dus jij hebt het meegenomen! Ja, natuurlijk heb ik het gemist, maar door die idiote toestand kon ik het niet meer ophalen en sindsdien, nou ja, je snapt dat er andere dingen waren om over te piekeren…’
Ze pakte het tasje aan en begon er onmiddellijk in te rommelen. Ze greep er een spiegeltje uit en bekeek zichzelf.
‘O, wat zie ik eruit….’
Toen keek ze Sylvia aan, stopte het spiegeltje terug en lachte verontschuldigend.
‘Sorry. De macht der gewoonte…’
Sylvia glimlachte.
‘Waar waren we ook weer gebleven, toen we op het zonnedek lagen en die kerels met hun geweren plotseling opdoken? Jij had me net verteld over jullie huwelijksreis, geloof ik…’
‘O ja,’ lachte Brenda, ‘En toen zei jij dat je net aan je huwelijk ontsnapt was.’
‘Aan mijn relatie, ja. We waren niet getrouwd, gelukkig. En allebei veel te druk met ons werk om het ook nog een beetje gezellig met elkaar te hebben… Maar jij en Olaf, hebben jullie het een beetje gezellig?’
‘O jawel, voor zover dat kan onder deze omstandigheden…’
‘Hij is theoloog, niet?’
‘Ja, maar eigenlijk is ie veel meer geïnteresseerd in filosofie dan in theologie.’
‘En jij? Wat is jouw vak?’
‘O, ik doe eigenlijk niks… Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd, maar ik heb geen baan.’
‘Verveel je je dan niet?’
‘Soms wel. Maar ik wil kinderen, zo gauw mogelijk.’
Brenda keek Sylvia wat onzeker aan. ‘Vind je dat gek?’
Sylvia schudde haar hoofd.
‘Welnee. Maar wil Olaf dat ook?’
‘O ja!’ zei ze stralend. ‘We zijn allebei enig kind, weet je. Dat is niet echt leuk. Maar Olaf wilde eerst promoveren. Dat is nu gebeurd. We zijn getrouwd en hij heeft een baan aan de universiteit – dus nu kan het.’
En na een paar seconden voegde ze eraan toe: ‘Als we hier tenminste levend vandaan komen….’
‘Tja,’ zei Sylvia, ‘ daar moet je maar gewoon van uitgaan. Anders hou je ’t niet vol. Slaap je wel goed?’
Brenda schudde van nee, liet haar hoofd hangen en greep in haar krullen.
‘Kop op, meid! We komen er wel doorheen. Ik heb ook nauwelijks geslapen vannacht.’
Toen Brenda opkeek, stonden de tranen in haar ogen.
‘Ik ben zo bang, Sylvia. Ik wilde zwanger worden op deze reis – en dan gebeurt er zoiets! En Olaf… o, hij is een schat, maar hij… En nu zit hij met die Tineke… het is allemaal zo… idioot!’
Brenda barstte in snikken uit. Sylvia knielde bij haar neer en probeerde haar te troosten. Ze legde een arm om haar schouder en trok haar tegen zich aan.
‘Trek het je niet aan, meid! Dat betekent niks. Je bent toch niet jaloers op een vrouw van haar leeftijd? Kom op! En bovendien: het was Huub die dat voorstelde, weet je nog? Olaf wilde Huub uitnodigen! En toen kwam Huub met dat idee. Hij wilde waarschijnlijk wel eens even een middagje zónder haar….’
Brenda keek haar aan, en terwijl ze met de rug van haar hand haar tranen wegveegde, brak er een lach door op haar gezicht.
‘Ja… ik kan het me voorstellen!’
‘Ik denk,’ zei Sylvia, ‘dat het een heel goed idee is om een beetje van gezelschap te wisselen. Dat leidt ons af, en we leren elkaar beter kennen. Wil je wat drinken?’
Brenda knikte.
‘Ik heb nog wat mangosap. Of zal ik koffie maken?’
‘Ja, koffie.’
Terwijl Sylvia in de weer ging met het espresso-apparaat, probeerde Brenda de sporen van haar huilbui uit te wissen met het spiegeltje uit haar tasje. Toen klonk een snel aanzwellend geraas, dat overging in een kortstondig donderend geluid en even snel weer afnam en wegstierf.
De twee vrouwen verstarden. Pas toen het weer helemaal stil was, zei Brenda:
‘O God… wat was dat?’
‘Overvliegende straaljagers,’ zei Sylvia. ‘Ze proberen de kapers bang te maken.’
‘Denk je dat ze het schip gaan aanvallen?’
‘Nee. Dat is het laatste wat ze zullen doen, hoop ik.’

Even later dronken ze zwijgend hun koffie.
‘Wat ik het meeste mis is mijn laptop,’ zei Sylvia na een tijdje. ‘Die moest ik achterlaten bij die griezel. Ik zou nu eigenlijk van alles op willen schrijven, voor later…’
‘Maar dat kun je toch ook gewoon met de hand doen?’
‘Ik heb nauwelijks papier. Een klein notitieboekje, maar dat is al bijna vol.’
‘O, wij hebben wel papier voor je. Olaf schrijft ook veel.’
‘Ja? Dat zou fijn zijn. Ik wou een reportage schrijven over deze cruise. Daarom heb ik deze reis geboekt. Maar dat zal nu een heel ander stuk worden. Misschien wel een boek, als het goed afloopt.’
‘Goh, ja!’ zei Brenda. ‘Heb je wel eens een boek geschreven?’
‘Nee, dat is er nog steeds niet van gekomen. Maar vertel eens over jouw leven: hoe heb je Olaf leren kennen?’
Brenda glimlachte verlegen.
‘O, dat is een gek verhaal… Ik had verkering met een andere jongen, Max. Die kende ik al jaren. Hij werkte als ingenieur op een booreiland. Dus die was meestal weg. Om de drie weken had hij een week vrij, en dan gingen we vaak naar een buitenhuisje van zijn familie, aan de kust. Een beetje vissen, wandelen, roeien. Honderd meter verder stond nog een ander huisje, en dat was van Olafs familie. Max en Olaf kenden elkaar van jongsaf aan omdat ze daar altijd hun vakanties doorbrachten. Nou, je snapt het al: zo leerde ik op een gegeven moment Olaf kennen – en zo kwam ik van het ene huisje in het andere terecht…’
Nee,’ lachte Sylvia, ‘dat gaat te snel. Zo makkelijk kom je er niet vanaf. Hoe ging dat precies?’
Brenda schudde haar blonde krullen.
‘Dat durf ik niet te vertellen…’
‘Was het zo’n drama?’
‘Nou ja… het gênante was…. Nee, sorry, ik kan het niet vertellen. Je weet toch hoe die dingen gaan. Ik was een beetje uitgekeken op Max, of liever: hij was uitgekeken op mij, hij raakte me nauwelijks nog aan, terwijl ik daar na drie weken altijd een enorme behoefte aan had. Ik dacht natuurlijk dat hij een ander had, dus dat leidde tot spanningen en ruzies. Ik begon te flirten met Olaf, en uiteindelijk heb ik hem… uh… aan de haak geslagen, zeg maar.’
‘Nee: détails wil ik, détails!’ riep Sylvia vrolijk.
‘Die kun je zelf wel verzinnen, denk ik.’
‘Natuurlijk, maar het is veel spannender om ze van een ander te horen!’
Brenda giechelde, maar ze besloot om niet nog meer los te laten.
‘Hoe zit het met jouw liefdesleven?’ vroeg ze.

Over de auteur

Piet Meeuse