A Tekstgrootte verkleinen. A Tekstgrootte herstellen. A Tekstgrootte vergroten.

Instructies voor een verblijf in het reservaat

I

 

Een waarschuwing vooraf is niet overbodig: veel bezoekers zijn hier teleurgesteld vertrokken omdat ze met de verkeerde instelling kwamen. Zo kan bijvoorbeeld de strikte regel dat hier geen groepen, maar slechts individuen worden toegelaten, op weinig begrip rekenen. Toch zal iedere bezoeker die bereid is erover na te denken al snel begrijpen waarom die restrictie noodzakelijk is. Wie geïnteresseerd is in het zeldzame wild dat hier zijn toevlucht heeft gevonden, doet er daarom goed aan, de volgende instructies zorgvuldig te lezen.

1. Uw fototoestel kunt u thuislaten: het soort wild dat u hier aantreft laat zich niet fotograferen. Dat is een bron van veel onbegrip in deze toeristische tijden. (De bezoekersaantallen zijn dan ook sterk teruggelopen, maar dat is onze zorg niet.)

2. Ga niet op de loer liggen. Wees niet alert. Ga niet op zoek. Zodra ze ook maar het geringste signaal opvangen dat u erop uit bent ze te betrappen, laten ze zich niet zien. Voor dat soort belangstelling zijn ze hypergevoelig. Zeg maar gerust: allergisch.

3. Zoek een stil plekje op en ga bijvoorbeeld een boek zitten lezen. Dat is een van de succesvolste methoden om deze dieren te lokken; de ervaring wijst uit dat een beetje moeilijke of vervelende boeken het meest geschikt zijn. Terwijl u zich met enige moeite op uw lectuur probeert te concentreren, zult u merken dat ze de een na de ander op u afkomen. Ze besluipen u gegarandeerd.

4. Leg het boek dan niet weg (: een veel gemaakte fout). Probeer zo lang mogelijk door te lezen, want zodra u uw aandacht op ze richt, schieten ze naar alle kanten weg. Dan is de herinnering aan de wegstervende roffel van hun razendsnelle pootjes het enige wat u aan uw verblijf in het reservaat overhoudt. Maar zolang u zich met iets anders bezighoudt, dollen en ravotten ze om u heen als jonge honden, ze schurken zich zelfs tegen u aan. Je zou zweren dat ze smeken om uw aandacht. De ervaring leert evenwel dat ze zich alleen zijdelings laten waarnemen. Ze leven in de marge: dat is hun habitat. De kunst is dus om ze zo lang mogelijk te negeren: dat trekt ze aan.

5. Grijp op geen enkele wijze in. Probeer bijvoorbeeld nooit er een te isoleren of beet te pakken. Al is dat nog zo verleidelijk. Het zijn echte groepsdieren. Slaat er één op de vlucht, dan slaan ze allemaal op de vlucht. Laat ze dus eenvoudig hun gang gaan, steek geen vinger naar ze uit en wees niet bang, want gevaarlijk zijn ze niet.

6. Geen lawaai maken, want daar hebben ze een hekel aan. En ook niet praten. Wie kennis wil maken met het schuwste dier op aarde, zal radicaal moeten breken met alle toeristische gewoonten. Dan zal blijken dat die schuwheid gemakkelijk in het tegendeel kan verkeren. Ja, ze zullen zelfs uw gezelschap zoeken.

Een gedachte komt nooit alleen, altijd zijn er andere in de buurt en zodra er een opduikt komen er onmiddellijk drie, vier, vijf andere achteraan. Het is een unieke ervaring, dat zal iedereen die onze instructies opvolgt kunnen bevestigen. Maar ze levert geen stof voor sterke verhalen achteraf, noch geschikt materiaal voor uw plakboek. Veel plezier!

P.S. Volledigheidshalve nog een waarschuwing. Er bestaat inderdaad een methode om ze te vangen. Je kunt ze opschrijven. Maar iedereen die daar ervaring mee heeft, zal begrijpen waarom dat nu juist in ons reservaat strikt verboden is.
Het is of je een tijger in Artis bekijkt – best aardig, maar niet te vergelijken met de ontmoeting met een tijger in het wild. Met gedachten is het niet anders: als ze je overkomen zijn ze zoveel vitaler en beweeglijker dan wanneer ze je versuft en gekooid in een redenering of betoog worden gepresenteerd. Daarom is het lezen van theoretische werken vaak zo’n bezoeking: die trage, verdoofde, ongelukkige gedachten staren je mismoedig aan door de tralies van het jargon. Al hun natuurlijke gratie en hun watervlugge bewegingen zijn ze kwijt. Wat dat betreft zijn gedachten in hun natuurlijke staat net muizen: zodra ze zich betrapt weten, vinden ze altijd wel een gaatje om door weg te glippen. En ze hebben u altijd eerder in de gaten dan u hen.

Geen schuwer dier dan een gedachte. Het zijn ware ontsnappingskunstenaars. En al laten ze u met lege handen achter, de herinnering aan hun rusteloos ritselende, kietelende, flemende gezelschap zal u nog lang met weemoed vervullen wanneer u weer teruggekeerd bent in de jachtige, doelgerichte wereld van rapporten, conclusies, standpunten en ferme besluiten.
Bedenk dus, wanneer u het reservaat betreedt gewapend met een boek, een kammetje, een nagelschaartje of desnoods een zak te schillen aardappelen (want ook eenvoudiger bezigheden dan lezen zijn heel geschikt om de benodigde toestand van aandachtige verstrooidheid op te wekken), bedenk dan dat dit het laatste soort wild is dat die naam nog eer aandoet, en houd u aan de instructies.

Over de auteur

Piet Meeuse